Mevrouw kan het niet vinden, niet bij het samen zingen, niet op haar eigen appartement. Ze loopt wankel dus ik geef haar een arm. Ze is onrustig en ik probeer haar gerust te stellen door gezellige dingetjes te zeggen,
Uiteindelijk vinden we een plekje in de huiskamer. Ze kijkt uit op een wand met foto’s van de bewoners van de afdeling. Ze kijkt naar haar eigen foto. “Dat is mijn moeder,“ zegt ze. Ik vraag: ”Lijkt u op uw moeder?”
“Ze zeggen van wel”.
“Ik mis haar zo.” Haar ogen worden vochtig. “En mijn vader. Ze zijn allebei dood. Nu mis ik ze.”
Ik zie hoe ze wegzakt in verdriet. Daarom vraag ik naar de levenden. En u heeft een dochter he.
Ze licht op. Ja. Ze is op vakantie.
“Is ze getrouwd en heeft ze kleinkinderen?” vraag ik in de hoop dat dit haar vrolijk zal stemmen.
Het is even stil.
“Geen idee.” Het verontrust haar duidelijk.
Ik breng ons gesprek weer op alledaagse dingetjes, de warmte, een bekertje sap.
In plaats van een onrustige, zenuwachtige vrouw zie ik nu een mooie en lieve moeder. De ogen weer helder en open. Ze kijkt me indringend aan. “Ik ken jou.”
“Ik kom wel vaker op bezoek.”
“Dat weet ik wel.”
“Ik moet weer gaan.”
“Kom je gauw weer?”
Ze lacht, haar gezicht open en blij. Ik ben zeer geraakt. Dit is zoveel waard. Kon ik het maar delen met andere mensen. O ja. Het kan wel. Hier. In mijn blog.